Teltonika TeltoCharge EVC2
Installatiehandleiding GridSense Gateway voor Teltonika TeltoCharge EVC2 laadpalen
In deze installatiehandleiding leggen we uit hoe de GridSense Gateway gekoppeld kan worden aan een Teltonika TeltoCharge EVC2 laadpaal.
Ondersteunde modellen
- Teltonika TeltoCharge EVC2
Stap 1 – Kies de aansluitmethode
De Teltonika TeltoCharge EVC2 kan met GridSense gekoppeld worden via Modbus TCP of Modbus RTU:
- Modbus TCP via het lokale netwerk. Dit heeft de voorkeur, omdat de laadpaal automatisch via het netwerk ontdekt kan worden.
- Modbus RTU via een RS485 bekabelde verbinding tussen de GridSense Gateway en de laadpaal.
Stap 2 – Modbus TCP via het netwerk instellen
Als u de laadpaal via het netwerk wilt koppelen:
- Verbind de TeltoCharge EVC2 en de GridSense Gateway met hetzelfde lokale netwerk.
- Stel op de laadpaal Dynamic Load Management in op Modbus TCP > Secondary.
- Schakel na registratie van de Gateway de Teltonika integratie in via de Gateway Settings van GridSense.
Wanneer de integratie is ingeschakeld, kan de GridSense Gateway de laadpaal automatisch op het netwerk ontdekken.
Stap 3 – Modbus RTU via RS485 instellen
Als u de laadpaal bedraad wilt koppelen:
- Stel op de laadpaal Dynamic Load Management in op Modbus RTU.
- Sluit de GridSense Gateway via RS485 aan op de LM RS485 poort van de TeltoCharge EVC2.
- Zorg dat de gebruikte A- en B-aansluitingen aan beide kanten correct overeenkomen.
In de Teltonika Energy app komt dit overeen met: Installer menu > Load management > Modbus RTU > Secondary.

Gebruik bij voorkeur RS485 poort 1 op de GridSense Gateway als eerste communicatiespoort.
Stap 4 – GridSense Gateway inschakelen
Sluit de GridSense Gateway aan op stroom en internet.
Aansluiten op internet kan via een netwerkkabel via de netwerkpoort of door Wi-Fi aan te sluiten. Voorkeur gaat uit naar een netwerkkabel voor de meest stabiele internetverbinding. Gebruik de handleiding Wi-Fi instellen voor instructies om Wi-Fi in te stellen.
Maak een foto van de sticker die op de GridSense Gateway is geplakt en zorg dat het unieke nummer goed leesbaar is. Deze is benodigd om de GridSense Gateway te registreren in het systeem.
Stap 5 – Baudrate instellen
Als Modbus RTU wordt gebruikt, moet na het registreren van de GridSense Gateway in het online portaal van GridSense de Baudrate van de gebruikte RS485 poort worden aangepast.
Deze instelling kan alleen worden uitgevoerd door gebruikers met de rol "Administrator" of "Accountmanager" voor het bedrijf waarin de installatie is aangemaakt.
- In de installatie ga je naar het tabblad "Gateways" en druk je op de knop met het tandwieltje

- Vanuit dat scherm kun je per poort de RS485 Baudrate aanpassen
- Verander de Baudrate van de desbetreffende poort naar 9600 (standaard staat deze op 115200)
- Druk vervolgens op Instellen

De GridSense Gateway zal herstarten met de aangepaste instellingen. De laadpaal zal vervolgens gedetecteerd worden en kan aan de installatie worden toegevoegd via het "Apparaten" tabblad.
Meer informatie
Meer informatie over de Teltonika TeltoCharge EVC2 is beschikbaar via de Teltonika Energy wiki: